Haagse bluf is een klassiek Nederlands dessert van opgeklopt eiwit met suiker en bessensap. De naam klinkt groot, maar het recept is verrassend eenvoudig. Dat is precies waar de “bluf” in zit: het gerecht ziet er indrukwekkend uit, maar bestaat voor het grootste deel uit lucht.
De officiële schrijfwijze is eigenlijk Haagsche bluf, vernoemd naar Den Haag. Over de herkomst van de naam bestaan verschillende verhalen. De meest bekende verklaring is dat Hagenaars vroeger bekendstonden om hun neiging om dingen groter voor te stellen dan ze zijn, net zoals dit dessert: veel volume, weinig substantie.
Wat zit er in haagse bluf?
Het recept bestaat uit drie ingrediënten: eiwit, suiker en bessensap. Traditioneel gebruik je rode bessensap, het liefst vers geperst van rode bessen. Dat geeft de haagse bluf zijn kenmerkende roze tot lichtroze kleur. Je kunt ook kant-en-klaar bessensap of bessenlimonade gebruiken als je het snel wilt maken.
De verhouding is globaal als volgt voor twee personen:
- 2 eiwitten
- 75 gram suiker
- 4 eetlepels rode bessensap
Let op: je gebruikt alleen het eiwit, niet het eigeel. Zorg ervoor dat de kom en het gereedschap volledig vetvrij zijn, anders klopt het eiwit niet goed op.
Haagse bluf maken: zo doe je het stap voor stap
Klop de eiwitten stijf met een handmixer of staande mixer. Begin op lage snelheid en zet hem daarna hoger. Voeg de suiker lepel voor lepel toe terwijl je blijft kloppen. Het eiwit is goed als het glanzend is en stijve pieken vormt als je de mixer eruit haalt.
Voeg daarna het bessensap toe. Doe dit lepel voor lepel en klop er telkens goed doorheen. Het sap zorgt voor de smaak en de kleur. Hoe meer sap je toevoegt, hoe intenser de kleur, maar ook hoe minder stijf het mengsel blijft. Houd daar rekening mee.
Schep de haagse bluf in een mooie schaal of in individuele glazen en zet hem in de koelkast tot je hem serveert. Serveer hem het liefst dezelfde dag, want het eiwit zakt na een paar uur langzaam in.
Waarmee serveer je het?
Haagse bluf smaakt goed op zichzelf, maar je kunt hem ook combineren met een koekje ernaast, zoals een stroopwafel of lange vinger. Sommige mensen serveren er een scheutje slagroom bij of leggen een paar verse rode bessen op het dessert als garnering. Dat past goed bij de friszure smaak van het bessensap.
Waar je op moet letten
Haagse bluf bevat rauw eiwit. Dat is iets om rekening mee te houden als je het serveert aan jonge kinderen, ouderen, zwangere vrouwen of mensen met een verminderde weerstand. Voor hen is het verstandig het dessert niet te eten vanwege een klein risico op salmonella.
Verder is het belangrijk dat je het dessert snel serveert. Laat het niet te lang staan, want het verliest zijn luchtige structuur. Maak het vlak voor of op de dag van het serveren.
Haagse bluf is een van de weinige klassieke Nederlandse desserts die met maar drie ingrediënten zowel snel als feestelijk is. Precies het soort recept dat je achterzak waard is voor een laatste-moment dessert dat er toch goed uitziet.



